Advertenties

Developed in conjunction with Joomla extensions.

Onderlijn met bezemdraadafhouders | Dé onderlijn voor schar.

Bijna iedere zeevisser heeft minimaal wel ééns een schar gevangen. En is de eerste schar binnen dan zitten er meer en volgt al gauw de volgende. Schar is een platvis die vrijwel het gehele jaar door langs onze kust te vangen is. Helaas heeft ook vriend schar zwaar te lijden onder de enorme overbevissing die de laatste jaren de gewoonste zaak van de wereld schijnt te zijn. Vroeger werd er

Paling - Een populaire gladjanus!

De meest bijzondere vissoort die we in zee kunnen aantreffen, is ongetwijfeld de aal of paling. En dan hebben we het niet over de zeepaling of conger, maar over de 'gewone paling', dezelfde die we ook in het slootje achter ons huis kunnen aantreffen. Een beetje flinke aal die in het zoute water wordt gevangen, wordt echter snel voor zeepaling uitgemaakt. Toch is het verschil tussen een paling en

Zeebaars - Een zomerse krachtpatser!

Een jaartje of twintig geleden maakten de Nederlandse sportvissers voor het eerst kennis met een zeebaars. Een kennismaking die velen niet gauw zullen vergeten. Een voorzichtig tikje op de top, meteen gevolgd door een enorme timmer, waarbij zelfs de strandhengel met steun en al tegen de vlakte kan gaan. Wat een geweld! En wat een prachtige vis! In die tijd was het vangen van een zeebaars meestal

Makreel | Een razendsnelle zomervis!

Een lome dag in een klein maar comfortabel visbootje op de Noordzee. De zon staat hoog aan de hemel, het is ruim 30 graden en het spiegelgladde water oogt volkomen visloos. De sportvisser werpt zo nu en dan een blik op de geepdobber; hij verwacht echter geen interesse meer voor het stripje vis dat onder de dobber zweeft. Ineens, zonder waarschuwing, staat de wereld op zijn kop: krijsende meeuwen

Wijting - Niet alleen voor de poes!

Het loopt tegen middernacht en de sportvisser staat nu al een paar uurtjes naar de ietwat gebogen hengeltop te staren. De gul lijkt weer eens van de zeebodem te zijn verdwenen. Ineens een korte felle tik op de top. Dé sportvisser wacht op het kenmerkende terugveren van de top. Dat gebeurt echter niet, het blijft bij een serie korte felle rukken. Waarschijnlijk wijting. En inderdaad, hij draait

Harder | Een schuwe alleseter!

Een dagje zeevissen: zilte lucht, krijsende meeuwen, krabbetjes die in het heldere zeewater zijwaarts over de bodem hobbelen en het immense gevoel van ruimte. Hoewel zeevissen? De sportvisser heeft een lichte karperhengel in zijn hand, tuurt naar een stevige matchdobber en naast hem ligt een grote homp witbrood. Plotseling verschijnen er twee grote, torpedovormige vissen. In het heldere water is