Op zeebaars met een dobber

 

Wie in de buurt van de pieren van IJmuiden en Wijk aan Zee woont én een liefhebber van het vissen op en aan zee is, weet dat de Zuid- en de Noordpier, zoals wij ze hier noemen, bekend staan om hun diversiteit aan vis die daar te vangen is. Het hele jaar door is het daar een komen en gaan van verschillende soorten vis die onze Noordzee rijk is. Geep, makreel, maar ook zeebaars.

 

Zodra de zon de zee flink begint op te warmen, mag je makreel en geep verwachten. Als die er zijn, duurt het over het algemeen niet lang voor de eerste tongen zich aankondigen. Begint het weer te minderen dan maken makreel, geep en tong weer plaats voor schar, wijting en gul. Bot en zeebaars zit er eigenlijk het hele jaar door wel. Afhankelijk van de periode in het jaar zijn ze de ene keer wat groter dan een andere keer. Bijzondere vangsten, zoals een dikke paling, mooie pollak, puitaal of een zeedonderpadje, zijn altijd mogelijk. Kortom twee hotspots waar je U tegen zegt...

 

De strekdammen tussen Camperduin en Petten idem dito. Ook hier kan je een scala aan vissoorten verwachten die afhankelijk van de periode in het jaar komen en gaan. Hoe zou dat nou komen? Het antwoord is vrij simpel. Rondom de Zuid- en Noordpier liggen enorme basaltblokken rondom een muur van beton en asfalt. Een lange wandelpromenade die zo'n twee kilometer de zee in loopt. De strekdammen tussen Camperduin en Petten zijn opgebouwd met kleine basaltblokken die via een bepaald vlechtwerk een klein stukje weg in zee vormen. Een goed lezer zal het nu opvallen dat op genoemde locaties veel blokken steen aanwezig zijn. Stormen die de afgelopen decennia zijn langs gekomen, hebben er ook nog eens voor gezorgd dat brokken steen los sloegen uit dat vlechtwerk en hun eigen rif zijn gaan vormen in de buurt van die pieren en strekdammen. Al die obstakels, kieren en spleten zijn ideale fourageplekken voor allerlei klein spul dat op de bodem van de Noordzee leeft. Denk even aan krabben, garnalen en ga zo maar door. Dat kleine spul is weer voedsel voor allerlei soorten zeevis. En sommige soorten zeevis zijn weer voedsel voor andere soorten zeevis. Kort samengevat: rondom al die blokken steen is het dus bizar druk met allerlei vormen van leven. Eten en gegeten worden...

 

En nu wij. Bovenaan in de voedselketen en we gaan voor een vissie. Om de kans op vastraken te verminderen, zou je kunnen kiezen voor 'de verre inworp'. Je weet wel, een beetje surfcasten. Maar..., ben je dan wel slim bezig? Aan de ene kant wel. Een vis vangen op afstand doe je daar altijd wel en de kans op het verspelen van je onderlijn of delen van je onderlijn is zo goed als niet aanwezig. Mits je maar snel genoeg binnen draait! Echter de meeste vis en vaak ook nog eens de grootste vissen, zitten vaak vlakbij die stenen. Daar zit immers het meeste voedsel. Effe je paternoster tussen die stenen in werpen is geen optie. Je komt geheid vast te zitten en de eerste die zo'n blok basalt met zijn hengel het water uit weet te krijgen, moet ik nog tegen komen. Schrijf die onderlijn maar op je buik, want die ben je kwijt. Nee, een beetje creativiteit is nu wel op zijn plaats...

 

Waarom het niet eens proberen met een dobber? Op de illustratie zie je een kurk van een wijnfles met daaronder een loodgewicht. Op de aaslijn heb ik een pennel gezet omdat ik voor grote vis wil gaan. Grote vis, je mag ook zeebaars en gul lezen, heeft een flinke bek en kan met gemak groot aas hebben. Groot aas, denk even aan twee of drie zeepieren, een cocktial van zeepieren, zagers en/of mesheft, een flink stuk makreel, bedenk het maar, moet je goed en netjes aanbieden. Het liefst zo natuurlijk mogelijk, dus niet alles op een proppie. Met een pennel heb je de mogelijkheid om groot of veel aas goed en netjes aan te bieden. Tevens vis je met twee haken en is de kans op haken nu dubbel zo groot.

 

Het loodgewicht onder de kurk moet je voor het goeie even afstemmen op het drijfvermogen van de kurk. Zorg ervoor dat de kurk net aan blijft drijven. Bij de aaslijn heb ik aangegeven dat hij ongeveer 1.8 tot 2.0 meter lang moet zijn. De lengte van je aaslijn laat ik echter helemaal aan jou over. Sta ik op de Zuid- en/of Noordpier dan is dit een perfecte lengte. Ga ik het echter bij de strekdammen tussen Camperduin en Petten proberen dan vind ik een aaslijn van anderhalve meter lang al mans genoeg. Genoemde locaties zijn bekend om de altijd aanwezige krabben. Zorg ervoor dat je aaslijn in ieder geval een stukje boven de zeebodem eindigt. Krabben zijn uitstekende zwemmers, maar moeten nu wel wat meer moeite doen om jouw kostbare zee-aas te bereiken.

 

Oh ja, een mooie Engelse naam voor deze onderlijn is Floating Pennel Rig.

 

Bron: Onderlijnenvooropzee.com

© Onderlijnenvooropzee.com